De of het vetcel?
Voorbeeld: De vetcel slaat vet op.
Meervoud: vetcellen
- Die/dat: die vetcel
- Deze/dit: deze vetcel
Uitleg
Het lidwoord "de" wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke woorden. Dit zijn meestal woorden die eindigen op -e, -ing, -heid, -nis, -schap, of woorden die van oorsprong vrouwelijk zijn.
Bijvoorbeeld: de tafel, de stoel, de computer, de telefoon, de koffie, de appel, de fiets, de boom, de kat, de hond.
Het juiste lidwoord bij "vetcel"
In het Nederlands krijgt elk zelfstandig naamwoord een lidwoord: de of het. Bij het woord vetcel gebruiken we de. Dit komt omdat "vetcel" een samenstelling is van "vet" en "cel", en het woord cel zelf is een de-woord (de cel).
Waarom "de" en niet "het"?
De meeste woorden die verwijzen naar levende wezens, organen of lichaamsdelen zijn de-woorden. Omdat een vetcel een onderdeel van het lichaam is, volgt het de regel van de de-woorden. Daarnaast eindigt "cel" op een medeklinker en hoort het bij de groep woorden die bijna altijd de krijgen.
Wat zijn de regels voor lidwoorden bij samenstellingen?
- Het lidwoord van een samenstelling hangt af van het hoofdwoord (hier: "cel").
- Is het hoofdwoord een de-woord? Dan krijgt de samenstelling ook de.
- Is het hoofdwoord een het-woord? Dan krijgt de samenstelling het.
Dus: niet het vetcel, maar altijd de vetcel.
