De of het week?
Voorbeeld: De week is voorbij.
Meervoud: weken
- Die/dat: die week
- Deze/dit: deze week
Uitleg
Het lidwoord "de" wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke woorden. Dit zijn meestal woorden die eindigen op -e, -ing, -heid, -nis, -schap, of woorden die van oorsprong vrouwelijk zijn.
Bijvoorbeeld: de tafel, de stoel, de computer, de telefoon, de koffie, de appel, de fiets, de boom, de kat, de hond.
Het juiste lidwoord bij het woord "week"
In het Nederlands is het belangrijk om het juiste lidwoord te gebruiken bij zelfstandig naamwoorden. Het woord week hoort bij de groep woorden die met de gaan. Dus zeggen we de week, niet het week.
Waarom de week?
De keuze tussen de en het hangt vaak af van het geslacht en de categorie van het woord. Week is een de-woord omdat het behoort tot de groep woorden die meestal mannelijk of vrouwelijk zijn, en tijdsaanduidingen zoals dag en maand krijgen ook vaak de.
Er zijn maar weinig woorden die zowel de als het kunnen krijgen, en week hoort daar niet bij. Daarom is het altijd de week.
Voorbeelden
- De week is voorbij.
- Volgende week ga ik op vakantie.
- Elke week heb ik een afspraak.
